Home

Foto's

CV

Filosofie

 

 

 

English

 

Filosofie van een Materialist
 


Wat is het verschil tussen leven en dood ?
Deze vraag stel ik mezelf al jaren. Ik krijg er geen duidelijk antwoord op; noch van biologen, noch van filosofen of andere wetenschappers. Zolang ik geen bevredigend antwoord krijg, is er voor mij geen verschil.
'Bij de levende mens is er de geest en bij de dode niet meer' is voor mij niet bevredigend, omdat de geest niet aan te tonen is en dus ook niet voor mij bestaat. Dat de mens een antwoord op deze vraag wil en dan in alle soorten godsdiensten een antwoord denkt te vinden, is begrijpelijk, maar in deze tijd ook een beetje naïef. Waarom zou je zo nodig iets moeten verzinnen ? Is de tijd dat je bewust ronddoolt op de aarde niet genoeg ?
De materie is voortdurend in beweging, zowel in 'levende 'als in 'dode' wezens.
Alle stoffen ondergaan voortdurend chemische reacties met elkaar, zodat ze altijd maar blijven veranderen. Dit gebeurt in alle organismen, zowel 'dode' als 'levende', dus een wezenlijk onderscheid te maken tussen leven en dood is onmogelijk geworden. Er bestaat in principe dus geen verschil tussen leven en dood.
Het belangrijkste waar organismen mee bezig zijn is 'overleven'.
De wetenschap ontwikkelt technieken om steeds meer details van de organismen in ons lichaam waar te nemen, zoals elektronenmicroscopen die 1 miljoen keer vergroten, endoscopen voor inkijkoperaties en scan-apparaten met magnetische velden (MRI).
Men maakt geneesmiddelen om onze gemoedsrust op peil te houden. Het in kaart brengen van onze genen is in hoofdlijnen al gereed en de gentherapie is al op verschillende manieren toepasbaar.
Ons lichaam is dus steeds meer 'maakbaar'.
Buiten ons lichaam bevinden zich ook vele stralingen ,trillingen en kleine zwevende deeltjes, waarvan er vele door ons niet waar te nemen zijn, die onze organismen beïnvloeden.
Ik beschouw me zelf daarom als een materialist.Ik realiseer me dat de mens nog maar ~ 400 000 jaar bestaat, wat op het geheel van het bestaan van de aarde nog maar een fractie is. Een mensenleven bestaat dus ook maar een fractie van tijd op het geheel gezien. De mens als soort zal dan ook ongetwijfeld weer verdwijnen.
Dit maakt alles zo betrekkelijk, dat mijn relativeringsvermogen zich hierdoor sterk kan ontwikkelen.
Vaak moet ik lachen als je ziet hoe alles zo zwaar en serieus om het bestaan van de mens draait. Alles lijkt te moeten wijken voor het voortbestaan van de mens. De drang tot overleven is zo groot, dat we met een gigantische overcompensatie van de wereldbevolking bezig zijn. Maar als het 'levend' organisme op aarde verdwijnt, draait de aarde gewoon door en is er niets aan de hand.
Misschien is de aarde dan wel verschoond.
We moeten niet vergeten dat de zuurstof waarschijnlijk zo'n 2 miljard jaar geleden uit zeewier is ontstaan door fotosynthese. En dat de ozonlaag er voor zorgde dat het leven zich kon ontwikkelen, maar het blijft een toevallige samenloop van omstandigheden. Alleen het feit dat er een eencellig organisme is ontstaan dat zich kon vermenigvuldigen, konden organismen ontstaan die de afbraak door zuurstof, welke een zeer destructieve stof is, met steeds één stapje vóór konden blijven. De mens is b.v. in staat om dat zo'n 80 jaar vol te houden.
Het leven als mens vind ik evengoed erg plezant en wil er nog vele jaren mee bezig zijn, maar mijn lichaam blijft een verzameling organismen die op elkaar reageren als een chemisch proces en een deel van het geheel zijn, ook na mijn 'dood'.
Door deze wetenschap ben ik in staat redelijk te kunnen relativeren en zo het plezier in het leven aardig te behouden, wat niet wegneemt dat ik gewoon meedoe als een zich verantwoordelijk voelend wereldburger, met z'n onontkoombare problemen.
Kortom: Ik voel me een materialist met een sterk ontwikkeld relativiteitsgevoel, een relativerende materialist.
Deze gedachten laat ik zien door organismen als 'dode' wezens of delen ervan zoals bloed, kop, beenderen, hersenen enz. te laten voortbestaan in veelal glazen objecten. Soms onder invloed van chemicaliën of in combinatie met eroderend metaal of stenen met straling en soms samen met andere organismen. De objecten veranderen onder invloed van tijd, licht, beweging en temperatuur.
Het zijn dus eigenlijk 'levende' beelden !
Die verandering kan ik nu ook laten zien door de organismen aan te sluiten op een computer, die de fluctuerende elektrische impulsen omzet in steeds wisselende beelden en een zangtoon die voortdurend hoger of lager wordt. (b.v.'' Painting and Singing Finger" 2004)Martin uit den Bogaard mei 2004